Platform over productie- en procesautomatisering

NL | FR

Nieuws

Captain’s debate: ‘The brave new world of manufacturing’

D2M_LQ-214
Het wordt steeds moeilijker om specifieke profielen te vinden, in Europa in het algemeen en hier in het bijzonder.

Tekst | Valérie Couplez

Beeld | IndustrialFairs en iStock

15 december 2022 Leestijd 9 minuten

Deel dit artikel

De maakindustrie is en blijft de ruggengraat van onze economie. Dat bewijzen de cijfers. Een kwart van alle werknemers is actief in de sector. Die sector is ook goed voor 70% van het totale R&D-budget dat in België wordt gespendeerd. Maar als die sector dezelfde sleutelrol wil blijven spelen, moet hij zijn aantrekkingskracht verhogen. Zowel om de talenten van de toekomst te kunnen strikken, als om zijn concurrentiepositie op het wereldtoneel te behouden. Hoe de sector door die nieuwe wereld van maken moet navigeren, was het onderwerp van een debat tijdens de afgelopen editie van D2M. Onder leiding van Agoria schoven Volker Germann (CEO Audi Brussels), Marc Meurisse (directeur Engicon), Trudo Motmans (directeur Asco) en Bruno Radermacher (algemeen directeur Jumo) aan. We delen de belangrijkste inzichten met u.

Onder leiding van Agoria schoven Volker Germann (CEO Audi Brussels), Marc Meurisse (directeur Engicon), Trudo Motmans (directeur Asco) en Bruno Radermacher (algemeen directeur Jumo) aan de tafel aan.

Dat de uitdagingen voor maakbedrijven niet mals zijn, is een understatement. De gevolgen van de coronapandemie en van de oorlog in Oekraïne zijn de twee voornaamste oorzaken. Maar we hadden daarvoor ook al af te rekenen met de Brexit en intussen staat er een energiecrisis voor de deur. 

“Als ik terugdenk aan hoe het er twee jaar geleden voor corona aan toeging, dan kan ik niet anders dan toegeven dat we in een volledig andere wereld zijn aanbeland”, zegt Marc Meurisse. “De manier waarop we werken en samenwerken is drastisch veranderd. Remote is het nieuwe motto. En hoewel een beurs als deze bewijst dat er niks boven fysieke contacten gaat, heeft het wel veel waarde toegevoegd.” 

Engicon beschikt ook over een productiesite in Polen en kan dus uit eerste hand getuigen over de verschillen. “Polen beschikt over de beste snelwegen in Europa, de vruchten van heel wat Europese subsidies die de afgelopen decennia naar daar zijn gevloeid. De levensstandaard gaat er snel omhoog, met als gevolg dat mensen minder happig zijn om in het buitenland te gaan werken. Maar de kennis die ze daar hebben opgedaan, nemen ze wel mee. We krijgen er dus nieuwe concurrenten bij.”

Als je weet dat het zes à acht jaar duurt vooraleer een nieuw vliegtuig op de verstrekstrook komt, dan is er echt weinig tijd om te verduurzamen en is de uitdaging groot.

Duidelijke strategie uitwerken

We zullen dus angstvallig over de productiekost moeten blijven waken om de concurrentie op het wereldtoneel te kunnen blijven aangaan. En daarin speelt de loonkost een cruciale rol. 

Dat bevestigt ook Radermacher, die met de locatie van Jumo in Duitstalig België die hete adem in de nek heel hard voelt. “De mensen verdienen tot 30% minder hier. 25% van de actieve bevolking kiest er dan ook voor om werk te zoeken in Duitsland of Luxemburg, die maar een boogscheut verder liggen. Als we onze aantrekkingskracht willen verhogen, zullen we in de eerste plaats meer moeten inzetten op duaal leren, zodat we jongeren al kunnen tonen wat voor waardevolle bedrijven hier allemaal in onze regio zitten. Daarnaast moeten we ook als regio een globale strategie uitwerken. In Aken doen ze dat al tien jaar, targets voor de industrie stellen om R&D te stimuleren. Er werden al 10.000 mensen aangenomen, met verschillende profielen, verschillende knowhow. Talenten die wij mislopen, en nochtans ligt Eupen maar 20 kilometer verderop. Daarom moeten politiek, onderwijs en industrie samenkomen en een visie uitwerken voor 2040. Hoe meer we die contacten inten­sifiëren, hoe meer daaruit zal voort bloeien.”

Remote is het nieuwe motto. En hoewel een beurs als deze bewijst dat er niks boven fysieke contacten gaat, heeft het wel veel waarde toegevoegd.

Samenwerken om vooruit te gaan

Ook Germann vindt dat Europa zich in slaap heeft laten wiegen en de concurrentie sterker laten worden. “We moeten ervoor zorgen dat we geen Disneyland worden. Als we niet blijven ontwikkelen en vooruit gaan, verliezen we het pleit. Het wordt steeds moeilijker om specifieke profielen te vinden, in Europa in het algemeen en hier in het bijzonder. Als de inflatie zo verder gaat, zullen de arbeidskosten met 10% stijgen, te veel om door te rekenen aan klanten. Om dat te keren, zullen we met zijn allen samen moeten leren werken. In vergelijking met China, Amerika en Rusland is Europa maar een kleine regio. Als we er als lidstaten met zijn allen samen de schouders onder zetten, dan komen daar wel goede dingen uit. Eén Europa, één stem. Bijvoorbeeld door onze inspanningen om de klimaatopwarming een halt toe te roepen. China kijkt naar hoe wij het doen, om ervan te leren en wat werkt te kopiëren. Maar ook in het Midden-Oosten gaan ontwikkelingen rond duurzaamheid hard. We hebben dus zeker niet het monopolie.”

Hoe we door die nieuwe wereld van maken moeten navigeren, was het onderwerp van een debat tijdens de afgelopen editie van D2M.

Verduurzamen voorop

Een sector die daar ook hard naar kijkt, is de luchtvaart. Dat kan Asco als toeleverancier alleen maar bevestigen. 

“De luchtvaart is hard geraakt door de coronacrisis. Naar verwachting zal er pas in 2023 à 2025 weer aangesloten worden met hoe de situatie er in 2019 uit zag. Dat zijn twee jaar die je verloren bent, die je nooit meer kan terug­krijgen. Maar ook voor de toekomst zijn de uitdagingen pittig. De laatste generatie vliegtuigen gebruikt 25% minder. In 2021 maakten ze nog slechts 20% van de vloot uit. In 2041 zouden er wereldwijd nog slechts 5% oude generatie vliegtuigen vliegen, van de 47.000. De luchtvaart heeft dus de ambitie om haar volledige vloot te vervangen en vraagt ook inspanningen van haar toeleveranciers om die hard te helpen maken. 47% van de inspanningen zullen ze toespitsen op het verduurzamen van de brandstof, maar er zal ook nieuwe spitstechnologie nodig zijn. Als je weet dat het zes à acht jaar duurt vooraleer een nieuw vliegtuig op de verstrekstrook komt, dan is er echt weinig tijd en is de uitdaging groot. De technologie roadmap is gebouwd maar kan alleen maar door nauw en geïntegreerd samen te werken gerealiseerd worden”, vertelt Motmans.

Nieuwsbrief

Meld u aan om nieuws & updates te ontvangen.

Contact

Freddy Fierens

Projectmanager

Benieuwd naar de mogelijkheden? Ik vertel u graag alles over onze samenwerkingspakketten.

0%

    Stuur ons een bericht

    Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

    Details