Complexiteit robotontwikkeling schuift naar software - Industrial Automation
Platform over productie- en procesautomatisering
Complexiteit robotontwikkeling schuift naar software
‘Als je vandaag een robot bouwt, voelt het alsof je in een kamer vol Lego staat en steentje voor steentje iets moet opbouwen’, schetst Philippe Piatkiewitz van Vectioneer de uitdaging.

Complexiteit robotontwikkeling schuift naar software

Robots worden sneller, slimmer en talrijker, maar onder de motorkap groeit de complexiteit explosief. Philippe Piatkiewitz van Vectioneer ziet hoe engineers daarmee worstelen en kiest voor meer modularisatie en openheid.

Een Opel Kadett uit de jaren tachtig had nauwelijks elektronica. ‘Misschien een paar elektrische onderdelen, maar alles was mechanisch’, herinnert Philippe Piatkiewitz van het Maastrichtse Vectioneer zich. ‘Maar dat is compleet veranderd. De complexiteit is exponentieel gegroeid.’ Diezelfde ontwikkeling ziet hij in de robotica. ‘Zelfs het simpelste robotje heeft enorm veel onderdelen: kabels, connectoren, actuatoren, sensoren. Aan de softwarekant heb je safety, security, over-the-airupdates, AI-modellen en motion control’, zegt hij. ‘Zeker bij humanoids wordt het extreem. Die zijn zwaar en potentieel gevaarlijk. Wat gebeurt er als zo’n robot omvalt?’

Complexiteit robotontwikkeling schuift naar software 1
Voor de Amerikaanse luchtmacht voorzag Vectioneer bestaande vluchtsimulatoren van nieuwe besturing.

Bouwen met Lego

Volgens Piatkiewitz is vooral de manier waarop engineers werken achtergebleven. ‘Als je vandaag een robot bouwt, voelt het alsof je in een kamer vol Lego staat en steentje voor steentje iets moet opbouwen. Je krijgt wel handleidingen van alle losse onderdelen, maar niemand vertelt je hoe je alles aan elkaar koppelt. Dat geldt net zo goed voor software. Je krijgt libraries, frameworks, bouwstenen, maar je moet zelf bedenken hoe je alles samenvoegt.’ Piatkiewitz is daarom groot voorstander van modularisatie in robotica: ‘Hoe mooi zou het zijn als je een robotjoint hebt waarin de motor zit, de gearbox, de sensoren en de elektronica, allemaal geïntegreerd in één behuizing met connectoren.’

De complexiteit verschuift dan naar de software en dat vraagt om een andere manier van software ontwikkelen. Piatkiewitz: ‘We maakten vroeger voor elke toepassing een nieuwe applicatie. Met Vectioneer brengen we dat samen in één generieke applicatie die modulair is. Gebruikers van ons Motorcortex-pakket kunnen met iets beginnen dat al voor een groot deel werkt. In een paar dagen kunnen ze een klant iets laten zien dat al tachtig procent van de uiteindelijke oplossing is. Daarna configureer je wat je nodig hebt en voeg je de rest toe.’

Complexiteit robotontwikkeling schuift naar software 2
Motorcortex vormt de tussenlaag die high-levelsoftware met machinehardware laat communiceren.

Openheid

Vectioneer ontwikkelt een cloudgebaseerd platform voor de low-levelbesturing van machines, precies op de scheidslijn tussen hardware en software. ‘Veel bedrijven gebruiken ROS voor de besturing op hoog niveau, met vision en AI, maar als dat met de hardware moet praten, heb je een tussenlaag nodig’, zegt Piatkiewitz. ‘Daar zitten wij. Wij nemen die complexiteit weg bij engineers.’ Die positie maakt het systeem hardware-onafhankelijk. ‘Grote partijen sturen aan op lock-in via hun hardware, terwijl wij juist willen dat hardware uitwisselbaar blijft. Door de intelligentie naar software te trekken, kun je componenten loskoppelen en flexibeler ontwerpen.’ In de praktijk schuift het bedrijf mee met de markt. ‘Klanten vragen vaak om een totaaloplossing. Daarom werken we volgens “no code, low code, any code”, zodat we zowel complete applicaties als configureerbare software kunnen leveren.’

De oplossing zit volgens hem niet in nog een nieuwe standaard. ‘Je hoort vaak dat we één industriestandaard nodig hebben die alles oplost, maar daar geloof ik niet in’, zegt Piatkiewitz. ‘Iedereen mag zijn eigen systeem hebben, maar je moet wel kunnen koppelen. Dat betekent open interfaces en open API’s. Niet per se je software open source maken, maar wel zorgen dat anderen ermee kunnen praten. In de IT-wereld is dat heel normaal; Google praat gewoon met Microsoft. De OT loopt daarin flink achter en dat moet snel veranderen.’

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten