Machinebouw op maat: van proof of concept tot performante productielijn - Industrial Automation
Platform over productie- en procesautomatisering

Machinebouw op maat: van proof of concept tot performante productielijn

Gasten: Joris Ceyssens en Timen Floré, respectievelijk director en Director Business Development bij VINTIV | Host: Björn Crul

Wanneer kies je voor een maatwerkmachine in plaats van een standaardoplossing? En hoe ontwikkel je een geautomatiseerde productielijn die technisch betrouwbaar is én economisch rendeert? In deze aflevering duiken we in het volledige traject van machinebouw op maat: van de eerste analyse en technische haalbaarheidsstudie tot engineering, testing, installatie en service.

Björn Crul gaat in gesprek met Joris Ceyssens en Timen Floré van VINTIV. Ze leggen uit waarom proceskennis en intellectuele eigendom een cruciale rol spelen in industriële automatisering, hoe een proof of concept technische en financiële risico’s kan beperken en waarom nauwe samenwerking met de klant essentieel is. Ook internationale uitrol, flexibiliteit tijdens engineering en het belang van een sterke businesscase komen aan bod.

Transcriptie

[00:00] Van productinnovatie naar een performante productielijn
Björn Crul: Dag luisteraars. In de eerste aflevering van deze podcast, in samenwerking met VINTIV, hoorden we hoe de Vlaamse maakindustrie onder druk staat en waarom innoveren in productieprocessen minstens even belangrijk is als investeren in nieuwe producten. Vandaag zoomen we in op hoe dat er dan in de praktijk aan toe gaat. Hoe bouw je een performante productielijn die niet alleen technisch top is, maar ook economisch rendeert? Hoe verloopt het ontwikkelingstraject van een eerste gesprek tot aan een draaiende installatie op de werkvloer? En wanneer kies je uiteindelijk voor een machine op maat in plaats van een standaardproduct uit een catalogus? Ik ben Björn Crul, mijn gasten vandaag zijn Joris Ceyssens en Timen Floré, respectievelijk director en Director Business Development bij VINTIV.

[00:45] De intellectuele eigendom als onderscheidende factor
Björn Crul: Joris, welkom. Andermaal, VINTIV, jullie bestaan al bijna 40 jaar. Meer dan 5000 projecten wereldwijd gerealiseerd, zag ik op jullie website. Wat maakt jullie eigenlijk uniek als machinebouwer?
Joris Ceyssens: Wel Björn, bedankt voor de uitnodiging. Als je spreekt over een machinebouwer, dan denkt iedereen natuurlijk aan een machine. En die machine is uiteraard een fysieke vorm. Die staat daar op de werkvloer, maar uiteindelijk is dat ook een verzameling van kennis. En datgene wat ons onderscheidt in de markt, is dat VINTIV eigenlijk zorgt dat bij de ontwikkeling van die machine op maat de intellectuele eigendom, dus de kennis die daarbij ontstaat, eigendom wordt van de klant. En de fysieke vorm, zijnde de machine waarmee je dan het werk gaat doen of waarmee je produceert, dat is eigenlijk ook maar een bijzaak. Het is vooral de kennis en de intellectuele eigendom die gegenereerd wordt, die eigendom wordt van de klant. Dat is eigenlijk de asset die ons uniek maakt in het landschap.

[01:44] Klanten zoeken naar nieuwe automatiseringskansen
Björn Crul: Timen, jij bent verantwoordelijk voor business development. Als we dan naar de situatie vandaag kijken, wat zijn de vragen of verwachtingen waarmee klanten tot bij jullie komen?
Timen Floré: In eerste fase, gelukkig gaat dat in de meeste gevallen over automatisering of machinebouw. Wat ik wel merk, of wat we merken samen: vroeger had de klant, als hij contact nam, eigenlijk al een concreet project. Die ging iets automatiseren. Er ging een investering, een nieuwe productielijn gezet worden. Dat staat een beetje onder druk in Europa. Ik denk dat we dat allemaal wel weten. En dus meestal zijn ze nu bezig met cases. Waar kunnen we nog automatiseren? Waar zijn er nog opportuniteiten in ons bedrijf? Dat heeft een aantal consequenties. Een eerste is dat meestal de complexiteit stijgt, omdat alles wat normaal gemakkelijk geautomatiseerd kan worden, al gebeurd zal zijn. En een tweede, en dat is dan de uitdaging voor ons: wij hebben geen standaardcatalogus. Dus om daar zomaar een prijs op te plakken en te zeggen: het is technisch of financieel haalbaar voor jullie, kost dat geld en tijd. En daar moeten we wel slim mee leren omgaan.

[02:52] Wanneer maatwerk het verschil maakt
Björn Crul: En dan is de vraag natuurlijk: in welke gevallen kies je voor een standaardoplossing? En in welke gevallen is er echt een specifieke oplossing op maat van dat bedrijf nodig?
Timen Floré: Een heel gemakkelijk antwoord zou zijn: als het standaard al bestaat, dan moet je niet bij ons zijn, want wij gaan die engineering nog moeten doen. Wij gaan niet competitief kunnen zijn. De waarheid, de realiteit ligt daar toch een beetje in het midden. Wat wij merken, is: een aantal van onze klanten hebben een zekere frustratie opgebouwd over de standaardmachinebouwers. Dat gaat meestal over een bepaalde flexibiliteit die gevraagd wordt, [onduidelijk]. Dat geeft natuurlijk wel echt opportuniteiten voor ons. Als de klant daar dan in meegaat, dan heeft hij de mogelijkheid om een maximaal competitief voordeel te creëren. In die zin dat hij dan normaal gezien, als resultaat, het beste productieproces voor zijn specifiek probleem zal hebben en dus de meest efficiënte productie. En daar gaan wij dan nog een keer koppelen aan het beschermen van die eigendom. Dus daar ontstaat dat.
Joris Ceyssens: Uiteraard, eerst en vooral: als er natuurlijk geen standaardoplossing bestaat, dan kan je niet anders. Maar je ziet toch vaak dat maatwerk echt interessant wordt wanneer een bepaald productiebedrijf dermate goed is in het produceren, dus zijn proceskennis heel erg onder controle heeft, dermate veel kennis aan boord heeft, dat hij eigenlijk meer van de problematiek kent dan de standaardleveranciers. Natuurlijk, als hij dan wil gaan innoveren en hij gaat zijn standaardleveranciers slimmer maken met de proceskennis die hij beheerst, dan moet hij voorkomen dat die kennis natuurlijk via die machinebouwer terug de markt instroomt. En dan komen we terug op dat stukje IP. Als je dan zelf de handen uit de mouwen steekt en je ontwikkelt je eigen machine, dan blijf je ook eigenaar van je eigen kennis en borg je die in je organisatie. Dus dat is het summum wat je kunt bekomen. Daar maakt maatwerk 100 procent het verschil.

[05:13] De businesscase achter een maatwerkmachine
Björn Crul: Het is duurder dan een standaardproduct. Hoe overtuigen jullie een bedrijf, als daar al een discussie zou zijn, om dan toch voor die duurdere oplossing te gaan, Timen?
Timen Floré: Het gaat ook alleen maar gebeuren als er waarde gecreëerd wordt, als er competitief voordeel is voor de klant. Anders mogen wij nog met honderd argumenten afkomen. Ik denk niet dat het dan zal gebeuren. Maar het einddoel is toch wel best in class te worden. Dus: ik word de beste in mijn sector. Ik neem de leiding. Op de meest efficiënte manier gaan maken. En als de meerkost die daarmee gepaard gaat natuurlijk leidt tot echt een goede businesscase, dan zijn dat de argumenten.
Björn Crul: Joris, is investeren in je lange termijn als bedrijf?
Joris Ceyssens: Ja, inderdaad. Ik denk dat de meeste klanten die bij ons komen, daarbij is de incentive voor hen om die machine op maat te hebben groter dan de investering, uiteraard. De winst die ze hebben of de ROI. En dan spreek je soms over een ROI van minder dan een jaar, minder dan 12 maanden. Dat zijn natuurlijk geweldige kansen. Dus dan is die investering eigenlijk heel aannemelijk om dat te doen. Dus ik denk dat dat dan geen overtuiging nodig heeft van onze kant uit. Maar natuurlijk, het andere is ook waar. Het kan soms ook zijn dat een businesscase gewoon echt niet goed in elkaar zit. En dat wij zelf zouden zeggen: dit zouden we met onze eigen centen ook niet doen. Dus waarom zou onze klant het dan doen? Dan is het ook een heel goed idee om het niet te doen.

[06:37] Van eerste analyse naar een levensvatbaar project
Björn Crul: Ik wil met jullie eens de ontwikkeling van zo’n nieuwe machine op maat gaan bekijken. Wat is de allereerste stap die jullie zetten met zo’n klant?
Timen Floré: Ik kom daarvoor ook terug op wat ik daarjuist even vermeld heb: dat de klant dikwijls nog aan het onderzoeken is of de businesscase staat, of iets gaat opleveren. En dat is op zich een beetje een moeilijke fase voor ons, omdat normaal gezien, om het concept te bepalen, dus hoe gaan we het oplossen en hoeveel zou dat kosten, wij onze duurste en beste mensen inzetten. Dat zijn de senior projectmanagers. Dat wil je natuurlijk niet gaan doen als de kans dat er iets van komt klein is. Dus de hoofdtaak van mij en Joris is zo snel mogelijk te detecteren of iets levensvatbaar zal zijn, of we kans maken of geen kans maken. Door de ervaring kunnen wij wel in blokken relatief snel richting geven, oriëntatie geven wat iets zou kosten. En ook vrij snel evalueren van: dit is levensvatbaar of niet.

[07:41] Technische haalbaarheid en risico’s onderzoeken
Björn Crul: Het is een soort van analysefase die voorafgaat aan een offerte. Als die klant met jullie in zee gaat, dan is de volgende fase natuurlijk dat jullie moeten gaan kijken wat er nu technisch haalbaar is. Joris, neem ons daar eens in mee. Hoe verloopt die fase en waarom is ze zo belangrijk?
Joris Ceyssens: Ja, dat is uiteraard heel erg belangrijk. Als je spreekt over innovatie en je weet op voorhand dat iets gaat werken, dan kun je je de vraag stellen: als het op voorhand geweten is dat het gaat werken, is het dan innovatief? Dus wanneer ga je een proof of concept of dergelijke uitvoeren? Of wanneer ga je technische haalbaarheid gaan onderzoeken? Dat is als iets nog niet geprobeerd is of dat we absoluut wel gegronde twijfels hebben dat het gaat werken, technisch gezien. Of als we heel grote risico’s zien bij implementatie, bijvoorbeeld productkwaliteit of eventueel cyclustijd. Of andere factoren die de businesscase ook negatief kunnen beïnvloeden. Want je kunt een aanname doen dat een product per tijdseenheid geproduceerd wordt, maar als blijkt dat het maar de helft is, dan is je businesscase natuurlijk, je technische realiteit ook weg. Dus wat je vaak ziet, is dat de technische haalbaarheid wordt onderzocht door heel gericht heel kleine testopstellingen te maken. Dat kan heel rudimentair zijn, dat kan heel simpel zijn. Maar waar er toch gekeken wordt om die risico’s zoveel als mogelijk op voorhand uit dat project te halen. Eigenlijk om daarvoor voortschrijdend inzicht gekregen te hebben, om daar rekening mee te houden en om dat dan ook mee te nemen in de verdere ontwikkeling.

[09:03] Een proof of concept test het hart van de installatie
Björn Crul: Jullie hebben bij VINTIV heel veel fysieke ruimte waar jullie zelf testopstellingen kunnen gaan bouwen. Nu, een proof of concept is niet hetzelfde als een miniatuurversie van een machine.
Joris Ceyssens: Nee, dat klopt. In een proof of concept gaan we eigenlijk eerst en vooral samen met de klanten de kritische processtappen identificeren en gaan bepalen: oké, wij zien hier een risico in, we zien hier een risico naar cyclustijd, we zien hier een risico aan bijvoorbeeld praktische haalbaarheid en dergelijke. En dat gaan we dan eigenlijk gaan testen op kleine schaal. Maar het is zeker geen miniatuurversie van een opstelling. Het is eerder echt het hart van de installatie wat je eigenlijk gaat beproeven.
Björn Crul: Kunnen jullie een voorbeeld geven van zo’n situatie waar een proof of concept echt een meerwaarde heeft aangetoond, een verschil heeft gemaakt, of hoe het jullie heeft geholpen om de betere oplossing te vinden, Timen?
Timen Floré: Je zou kunnen stellen dat een proof of concept bij prototypemachinebouw altijd een meerwaarde heeft. Maar de klant moet er natuurlijk in investeren. Het gaat sowieso de risico’s beperken en inzicht geven of het concept dat je nu in je hoofd hebt, of dat wel het juiste is. Dus het resultaat gaat altijd zijn dat wat je nadien gaat doen, altijd beter gaat zijn dan dat je initieel in je hoofd had, want je gaat er iets uit geleerd hebben. Of inderdaad, je gaat geleerd hebben: dit was een slecht idee, we gaan het niet doen. Dus potentieel veel geld bespaard. Ik ga wel een concreet voorbeeld geven zonder de naam van de klant te benoemen. Uit de farmaceutische sector, waar we moesten zoeken om een vriesdroger te beladen. Dat is om van vloeibaar naar vast te gaan in een soort ovenprincipe. Die moest beladen worden met magazines die een zeker gewicht hebben. Laten we zeggen: in een diepe pizzaoven. En iedereen was ervan overtuigd dat dat met een robot moest gebeuren. Dat is ook ideaal. Je kan dat kopen, iets van grijper ontwikkelen en je bent vertrokken. En door een proof of concept te maken, hebben we eigenlijk gemerkt dat de robot over zijn zwaartepunt ging. Dat hij begon te trillen en eigenlijk die job nooit goed had kunnen doen. Onze collega’s hadden sowieso met een robot aangeboden, dus dat creëert enorme geloofwaardigheid door te bewijzen: het gaat niet lukken. En daarom hebben wij nu een andere oplossing, in dit geval gebaseerd op een shuttle, waar dat zwaartepunt beter onder controle was. Het is twee keer gewonnen natuurlijk.

[11:20] Engineering met één duidelijke verantwoordelijke
Björn Crul: Het is een duidelijk bewijs van het belang van zo’n technische haalbaarheidsstudie. Daarna komt dan het engineeringwerk. Complexe trajecten. Hoe bewaken jullie dan zowel de kwaliteit als de timing in die uitvoeringsfase?
Joris Ceyssens: Ja, dat kan je eigenlijk vertalen in verantwoordelijkheid, denk ik, Björn. Dus zoals Timen al aangaf, zijn er een aantal profielen heel prominent aanwezig in ons bedrijf. Een daarvan zijn bijvoorbeeld de hoofdontwerpers of projectleiders. Zij zijn betrokken vanaf fase één van het project, de calculatie. Maar in de effectieve uitvoering van het project zijn dat ook de personen die verbonden blijven met dat project. Dus degene die calculeert, blijft ook aan boord tijdens de ontwikkeling. Dus één duidelijke verantwoordelijke is, denk ik, een hele goede gouden regel. En daarnaast wordt er dan een team samengesteld dat bestaat uit voldoende kritische massa aan de klantkant. Dat is een hele belangrijke. En uiteraard ook langs onze kant. En dan zie je eigenlijk dat die ontwikkeling start en één-, tweewekelijks zijn er opvolgmeetings om te bewaken dat die planning behouden blijft. Bijna altijd worden natuurlijk [onduidelijk]. Maakt dat ook dat die doelen op voorhand inzichtelijk moeten gemaakt zijn. Dus specificaties, die moeten er zijn. Als je geen adres ingeeft in je gps, dan is alle richting goed. Dus wij moeten weten waar we naartoe moeten rijden. En daarvoor hebben we dus ook die specificaties duidelijk nodig in het begin van een project. En dan gaat onze projectleider of hoofdontwikkelaar samen met het kritische team van de klant eigenlijk zorgen voor een goede opvolging van kwaliteit en timing.

[13:07] Expertise zoveel mogelijk in eigen huis
Björn Crul: Die dat project opvolgt, niet alleen aan de klantenkant, maar ook aan jullie kant. VINTIV heeft bijna 60 medewerkers. Jullie hebben alle expertises in huis.
Joris Ceyssens: Toch veel, ja. Ik denk dat we door de jaren heen vastgesteld hebben, en ook daar kom ik terug op afhankelijkheid: als je afhankelijk bent van anderen, dan kan dat in bepaalde situaties nadelig zijn. Ik bedoel daarmee: we hebben bijvoorbeeld onze eigen bordenbouwafdeling. [Onverstaanbaar] blijft nog altijd een externe partner. In bepaalde projecten, bijvoorbeeld bij retrofits, is het gewoon nodig of zijn er gewoon zaken die mislopen. Dat is eigen aan het doen van projecten. Er gaat sowieso iets gebeuren wat je niet voorzien hebt en dat moet je kunnen handelen. Het feit dat je dan de meeste profielen aan boord hebt, gaande van mechanische, elektrische, software-engineers, maar ook draaien en frezen, lassen, [onduidelijk] die sowieso gaan gebeuren, maar die je niet kan voorspellen. Dus door de jaren heen hebben we uiteraard wel een goed gevoel van wat er zou kunnen mislopen. En is het scenariodenken in scenario A: er gebeurt iets, scenario B: dat gaan we doen, zit er gemakkelijk in. Maar dat is natuurlijk veel eenvoudiger als je die mensen zelf aan boord hebt.

[14:28] Wendbaarheid bij onverwachte aanpassingen
Björn Crul: Die snelheid en de reactiviteit, is dat het grootste voordeel voor de klant dan?
Timen Floré: Ja, die wendbaarheid zeker wel. De korte termijn waarop je op zaken kan reageren die niet voorzien waren. Eigenlijk wel voorzien zijn, want je weet dat er iets gaat gebeuren, zoals Joris zegt. Ik heb ook een concreet voorbeeld van een klant die dat ook bevestigd heeft. Een complexe assemblagemachine van een heel gevarieerde productmix, en ieder product dat op die machine kwam had een specifiek kaliber nodig. Die wist dat ze een CNC-afdeling hebben. We kunnen een keer een kaliber maken, we kunnen een keer testen voordat er veel gemaakt worden. Gaan inbellen, een nieuw product, nieuwe aanpassing. Eigen elektro kan eigenlijk met eigen monteurs zaken gaan aanpassen. Daar zit toch wel een groot voordeel aan.

[15:22] Van fabriekstest tot installatie bij de klant
Björn Crul: Joris, wat gebeurt er dan nadat die machine bij jullie op de werkvloer ontwikkeld en getest is? Hoe verloopt het traject daarna?
Joris Ceyssens: Een belangrijke fase uiteraard, waarin de deugdelijkheid van de machine bewezen wordt, is uiteraard de FAT-test die je samen met je klant uitvoert op basis van een aantal parameters die op voorhand zijn vastgelegd. Dus de definitie van succes wordt vastgelegd door x product per tijdseenheid bijvoorbeeld, geen schade en dergelijke zaken. Eens die afname is gebeurd, dan afhankelijk van de omvang van de installatie, wordt de machine gedeeltelijk gedeassembleerd in grotere stukken. Of indien ze standaard is, kan ze natuurlijk zo opgenomen worden. En wordt ze verpakt en verscheept naar de klant. Dat is wereldwijd. En daarna gaat onze ploeg van installateurs achterna reizen en de installatie bij de klant zelf gaan installeren en integreren in de productiefaciliteit van de klant. En dan worden de operatoren ook bijkomend getraind. Dus de overdracht van de kennis van onze kant uit naar de organisatie van de klant, die dient plaats te vinden in de vorm van opleidingen, training en dergelijke. En dan is er uiteraard nog een final acceptance test bij de klant, de Site Acceptance Test. Is eigenlijk het project volledig opgeleverd? En dan kan er nog een naservice plaatsvinden, waarbij je bijvoorbeeld zegt: oké, we komen jaarlijks terug op bezoek. We doen service en onderhoud. We stellen een critical spare parts list op. We maken risicoanalyse van kritische onderdelen en dergelijke. Dus heel die overdracht van wat je als klant nodig hebt om die machine daarna voor een langere tijd in leven te houden.

[17:09] De klant als noodzakelijke partner in de ontwikkeling
Björn Crul: Ja, dat is een project dat met succes wordt opgeleverd. Timen, wat verwachten jullie eigenlijk aan de kant van de klant tijdens het ontwikkelen van die machine? Daar moet toch ook wel bij de klant een team zijn dat het project volgt?
Timen Floré: Dat is helemaal correct. Wij hebben eigenlijk een enorme betrokkenheid van de klant nodig in de ontwikkeling van zijn machine. De klant is de enige die het proces of het product echt kent. En ook de enige in het project die zijn fabriek en de ervaring van de fabriek of de productie kent. Wij moeten daar allemaal invallen en wij kunnen dat nooit allemaal weten. Dus wij moeten van de klant horen wat wel of niet goed is. Wat is er in het verleden al gebeurd? Welke ervaringen hebben ze opgebouwd die we zeker niet moeten toepassen? En ja, dus hoe meer informatie die klant deelt, hoe beter en hoe efficiënter wij zijn. Dat is niet zo evident altijd. Soms komt informatie, zoals menselijk is, denk ik, te laat door. En dat is nooit positief. Maar we hebben die klant keihard nodig in elk geval.
Björn Crul: Heeft dat ook te maken met het feit dat sommige zaken misschien niet gedocumenteerd zijn in bedrijven en dat heel veel informatie vaak in de hoofden van mensen opgeslagen zit?
Timen Floré: Exact, ja. En ook personeelswissels bij de klant. Het is een ervaring die er is geweest, maar die niemand nog meedraagt en die daardoor niet gedeeld wordt. Of, en dat gebeurt nog veel meer, niet de juiste mensen die aan tafel zitten.

[18:40] Prototypeontwikkeling en wereldwijde uitrol
Björn Crul: Joris, jullie werken vaak voor klanten wereldwijd. Ik las België, Azië, Zuid-Amerika. Zijn dat complexere projecten? Waar moeten jullie specifiek op letten met dat soort klanten?
Joris Ceyssens: Dat is zeker zo. Nu, het is ook zo dat het initiële traject vaak start in België. Dus de initiële, laat het mij noemen, moederontwikkeling begint hier. De reden daarvoor is dat het ontwikkelen van een prototype op een lange afstand best veel risico’s met zich meebrengt, aangezien je die teams moet samenstellen waarbij zowel klant als wijzelf natuurlijk heel kort betrokken zijn bij dat ontwikkeltraject. Alle machines zetten hun eerste stap hier lokaal. Maar die moeders krijgen ook vaak en meer en meer dochters en neven en nichten. Dat zijn doorontwikkelingen van beproefde installaties. En die worden wel natuurlijk geëxporteerd. Dat is zowel voor ons als voor de klant een beduidend kleiner risico. Want je weet op voorhand dat het hart van een installatie deugdelijk is en werkt. Ik denk dat niemand ermee gebaat is om een prototypemachine 5000 kilometer verderop te gaan installeren. Wat wij dan wereldwijd, zal ik zeggen, verdelen of uitrollen, dat zijn vaak doorontwikkelingen op eerder gemaakte machines. Dus wat voor ons belangrijk is, is altijd een stukje risico. Ik denk dat onze klanten daar ook altijd wel rekening mee houden. Dat je natuurlijk datgene exporteert waarvan je op voorhand weet dat ze gaat werken, dat ze goed gaat werken en dat er doorontwikkeld wordt. Dus ik denk dat dat de belangrijkste oplettendheid is, als het ware.

[20:32] Cultuurverschillen bij internationale projecten
Björn Crul: En Timen, spelen ergens cultuurverschillen daar een rol in?
Timen Floré: Ja, dat is ook een mooie vraag. Ik moet nu eigenlijk direct denken, Joris, aan de machine die gedoopt is in India. Ik weet niet of je dat nog weet.
Joris Ceyssens: Ja, inderdaad. Er zijn natuurlijk wel lokale gebruiken die voor ons niet zo voor de hand liggen. Maar dus eigenlijk gelijk dat je een schip zou dopen met een fles champagne, daar werd dus de installatie gedoopt met wierook.
Timen Floré: Ja, dat is wel een mooie anekdote, inderdaad. Maar ik denk: echt op maat ontwikkelen met een engineersteam uit India bijvoorbeeld of China, dat dat heel moeilijk is. Ze kan naar India vertrekken, dat is niet het probleem. Maar ze moet toch ergens met een iets lokaler team ontwikkeld worden.

[21:15] Van een eerste schets naar een werkende machine
Björn Crul: Joris, over anekdotes gesproken. Jij draait al meer dan tien jaar mee bij VINTIV. Wat is het maatwerkproject waar jullie het meest fier op zijn?
Joris Ceyssens: Het is moeilijk om één machine te benoemen. Ik wil zeker geen machines vergeten. Maar voor mij persoonlijk, ik ben altijd verwonderd als je kijkt naar de realisatie en je kijkt hoe zoiets ontstaat uit een idee op een tekentafel, of dat je met je klant in een eerste bezoek spreekt over: we zien een nood, we zouden dat en dat graag doen. Je begint met een schets en je begint met ideeën. En dan, x aantal tijd later, zie je effectief die machine daar staan. En de klant is heel tevreden. En de incentive voor de klant is dermate groot dat hij een ROI heeft van één of twee jaar. Dat is het schoonste compliment dat je als ontwikkelaar kunt krijgen. En natuurlijk hebben wij als bedrijf ook een eigen zaakvoering te doen. Dus als beide bedrijven daar beter van kunnen worden, dat is eigenlijk het mooiste om op die manier te kunnen samenwerken.

[22:14] Fierheid bij medewerkers en klanten
Björn Crul: Timen, als ik dan nog even naar jou kijk, waar haal jij in jouw job dan het meeste voldoening uit?
Timen Floré: Als ik daarnaar kijk, denk ik dat ik het meeste voldoening uit de anderen haal. En dat is zowel intern als extern bij de klanten. Er is zeker een enorme fierheid in ons team op wat ze maken. En dat is ook terecht. En dat zie je ook in de ogen van de mensen, dat ze fier zijn op wat ze gedaan hebben. Maar anderzijds ook, er zijn meer dan genoeg klanten die na het project enorm fier zijn op wat er staat, ons daar ook voor bedanken. Als ze bij ons op bezoek komen, zijn van: dit is VINTIV-style, fantastisch. Daar haal je enorm veel voldoening uit.

[22:55] Afronding
Björn Crul: Joris Ceyssens en Timen Floré, fijn om jullie in de studio te hebben vandaag. Dankjewel.
Timen Floré: Dankjewel.
Björn Crul: De wereld van de machinebouw blijft erg boeiend, zoveel is duidelijk, beste luisteraars. Bedankt voor uw aandacht. Beluisteren via de kanalen van Industrial Automation. Tot de volgende keer.

Heeft u vragen over dit artikel, project of product?

Neem dan rechtstreeks contact op met VINTIV.

VINTIV 3 Contact opnemen

Stel je vraag over dit artikel, project of product?

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
VINTIV 4 Telefoonnummer +32 11 52 53 70 E-mailadres info@vintiv.be Website vintiv.be/

Gerelateerde podcasts

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Can we help you search?

View all results