Rondetafelgesprek brengt technologiesector samen
Tien jaar Industrial Automation is het perfecte moment om even achterom te kijken en te zien wat er het voorbije decennium allemaal veranderd is. We hoefden dat gelukkig niet alleen te doen. Tien knappe koppen (hoe kan het ook anders) uit de Agoria Bedrijvengroep Industrial Automation deelden hun visie over automatisering gisteren, vandaag en morgen. Niki Claes (WAGO), Nico Declercq (Pilz), Jurgen De Wever (Siemens), Werner Fransen (Yitch), Aäron Leman (Beckhoff Automation), Elke Luxem (Schneider Electric), Jeroen Macharis (Multiprox), Koen Van De Plas (IFM), Marc Vissers (Lenze) en Alain Wayenberg (Agoria- maakten er een boeiend gesprek van dat we u graag in twee delen serveren. Topics voor deze editie zijn: IT meets OT, AI als gamechanger en wat met cyberveiligheid?
Als we de tafel (ze was ovaal, niet rond gebiedt de eerlijkheid ons nog te zeggen) polsen naar wat ze de belangrijkste evolutie de laatste tien jaar vinden, dan rollen de woorden software en digitalisering vlot van de tong. Vissers verwoordt het sprekend. “Digitalisering, het is eten of gegeten worden. Nu gaat het erom wie er overblijft.” Macharis is het meest specifiek over wat er op ons pad is gekomen. “Open source software meer bepaald. Een zegen voor start-ups die er in razende vaart mee aan de slag gaan om nieuwe IoT-toepassingen te bouwen. Je zag en je ziet ze als paddenstoelen uit de grond schieten. Een zegen voor de industrie ook, omdat je met een kleiner budget al mooie dingen kan realiseren. Dat is wat Industrie 4.0 ons gebracht heeft. De uitdaging ligt dan in de volgende stappen. Hoe houd je alles compatibel, hoe schaal je op? En hoe houd je alles cyberveilig?”
Moet de hele IoT-geest dan meteen weer in de fles? Als zelfs grote techspelers als Amazon hun cloudinfrastructuur zien offline gaan door een cyberaanval? “Neen”, zegt Luxem resoluut. “De mate waarin je gedigitaliseerd bent, bepaalt net hoe goed je op een aanval kan reageren. Digitalisering is vooral een verhaal van kansen. Het biedt zoveel mogelijkheden om onze industrie efficiënter, productiever en duurzamer te maken. De problematiek van cybersecurity mag geen reden zijn om minder te innoveren. Het is aan ons om onze producten cyberveilig te maken.” Dat het gevaar aanwezig is, ontkent echter niemand aan tafel. Wayenberg deelt de belangrijkste conclusie van een studie van Agoria met ons. “De vraag is niet of je aangevallen zal worden, maar wanneer.” Al plaatst Macharis wel de kanttekening dat niet alles naar de cloud hoeft met alle mogelijke cybergevaren. “Je kan ook on premise mooie toepassingen realiseren.”

Europa beroept zich op twee wetgevingen om tot meer cyberveiligheid te komen. NIS 2 verplicht bedrijven om zich ertegen te wapenen, maar de Cyber Resilience Act (CRA) die eraan komt in 2027 verplicht technologiebedrijven om hun producten cybersafe by design te maken. Declercq waarschuwt dat dit de druppel te veel kan zijn. Hij haalt er een quote van premier Bart De Wever bij, voor een keer niet in het Latijn. “America innovates, China duplicates, Europe regulates. We moeten erover waken dat we hier nog competitief blijven. Te veel regels maken meer kapot dan dat ze goed doen.” Hij verwijst niet alleen naar de CRA maar ook naar de nieuwe Machineverordening. “Bedrijven kopen hun machines aan in Azië, omdat ze daar goedkoper zijn en vragen dan aan ons om ze veilig te maken. Wij spinnen er misschien garen bij, maar onze industrie verliest.”
Ook Fransen stelt vast dat bedrijven vooralsnog niet wakker liggen van cyberveiligheid. “Niet omdat er onvoldoende bewustzijn is rond de gevaren, maar omdat ze in deze geopolitieke context andere prioriteiten hebben.” De Wever ziet het anders. “Investeren in cyberveiligheid kan uiteindelijk maar onze competitiviteit in zijn geheel verhogen. Geloof me, als je niet mee bent met deze digitale ontwikkelingen, ga je niet moeten rekenen op contracten uit de wereld van defensie, halfgeleiders of farma. Overal waar het draait om IP of beschikbaarheid, alles wat als kritische infrastructuur gecatalogeerd staat of waar in ecosystemen wordt gewerkt, zal cyberveiligheid de standaard worden.” Claes deelt zijn mening. “Je bent maar zo veilig als je zwakste schakel. Daarom ben ik zo een voorstander van CRA: je dwingt iedereen om mee aan boord te gaan. Dat zorgt misschien voor gigantische uitdagingen vandaag, maar ook voor gigantische voordelen morgen.”
Er is dus geen weg terug. “Je ziet dat de slinger weer in evenwicht raakt. We hebben de deur opengezet met de komst van Industrie 4.0. Nu is er meer bewustwording rond de gevaren en hoe we tegelijkertijd beschermd en competitief kunnen zijn”, vertelt Leman. “Want als we zien wat artificiële intelligentie allemaal brengt … Onze klanten experimenteren er volop mee: ze krijgen tools om makkelijker te programmeren, documentatie te maken …” Voor Fransen is het zelfs bittere ernst. “In West-Europa moeten we de productiviteit per hoofd weten te verhogen. We zien reshoring allemaal graag gebeuren, maar we hebben hier niet altijd de mensen voor. Dan moet je wel inzetten op digitalisering, op digital twins, op AI om hier competitief te blijven.” ❯
Gaan we dan naar een toekomst evolueren waarin alles software is? Mogen we al een plaatsje reserveren voor PLC’s in een museum tegen dat we ons volgende Jubileumnummer uitbrengen? Claes bevestigt: “De klassieke PLC zal daar belanden, omdat we er steeds meer ‘over PC’ kan en omdat er meer intelligentie verschuift naar de drive.” Vissers is ervan overtuigd dat het niet zo’n vaart zal lopen, maar ontkent niet dat het een trend is. “Er zal steeds meer hardware uit het systeem verdwijnen, maar niet alles. Van De Plas treedt hem bij: “Meten is weten, dat was tien jaar geleden zo en dat zal in de toekomst ook zo zijn. Je hebt sensoren nodig om die data te capteren. Maar niet overal meer. We gaan meer kunnen doen met minder. Zeker met de doorbraak van artificiële intelligentie.”


Daarmee is het woord artificiële intelligentie nu al een derde keer gevallen aan tafel. De Wever gelooft er hard in. “Het is vandaag een nieuwe discipline, een containerbegrip dat heel veel verschillende ladingen dekt, waarmee we de automatisering kunnen automatiseren. De aanwezigheid van doordachte digitale fundamenten en AI-aanpak zijn hiervoor essentieel. Maar binnen een paar jaar zullen we bepaalde vormen van AI zelfs niet meer benoemen. Het zal gewoon een geïntegreerde functionaliteit zijn die op de achtergrond draait, maar dan zonder de sticker.” Van De Plas ziet het ook zo. “We hebben met zijn allen de kracht gezien van ChatGPT en Copilot. Die moeten we in ons voordeel gebruiken om processen te optimaliseren, de kwaliteit op te drijven en stilstanden te voorkomen. We hebben in West-Europa geen eigen grondstoffen, maar wel kennis. En goede sensoren”, voegt hij er met een knipoog aan toe.
“En goede mensen”, benadrukt Leman graag. “Dat is het fijne aan hier in België werken: je hebt lokaal veel talent. Want een goede ingenieur om de hoek zal nog altijd het best de noden van jouw bedrijf en de eisen van jouw markt kennen en dus jouw problemen het efficiëntst kunnen oplossen.” Al zullen het misschien niet meer dezelfde ingenieurs van vandaag zijn. Vissers: “De ingenieur van morgen leert niet meer programmeren, maar parametreren. Uiteraard krijgt hij nog de basisfacetten mee om te weten wat hij doet. Maar je ziet, door het hele ‘OT meets IT’-verhaal, werkvelden steeds meer in elkaar schuiven.” Leman waarschuwt meteen dat we daar niet te ver in mogen gaan. “Je kan niet tegelijk expert zijn in mechanisch en elektrisch engineeren én perfect een drive weten in te regelen.” Luxem ziet daar een bijkomende reden in om digitalisering te omarmen. “Je maakt jezelf als bedrijf gewoon aantrekkelijker om technische profielen aan te trekken.”


Toch zit nog niet elk bedrijf al op deze kar. Er is een grote diversiteit in digitale maturiteit. Wayenberg schertst dat bepaalde bedrijven nog in Industrie 1.0 zijn blijven steken. “Ik stel het misschien wat hard, maar de verschillen zijn groot. We zien het nochtans als een essentiële transformatie om productie hier te houden, waarin we bedrijven proberen te begeleiden. Waar staan ze vandaag en waar willen ze naartoe? Maar bedrijven moeten vooral beseffen dat het een continu verhaal is. Het stopt niet bij één investering. Je moet blijven bijbenen – of liever nog: vooroplopen.” Fransen beaamt: “Als we kijken naar de grootste succesverhalen van onze klanten, dan zijn dat die bedrijven die OT en IT in één gemeenschappelijke strategie hebben weten te vatten.”