De Belgische chemiesector staat op een kruispunt. De keuzes van vandaag bepalen of deze strategische industrie ook morgen een pijler van onze economie en welvaart blijft. Europa mag niet blijven talmen. Willen we onze plaats in Europese en mondiale waardeketens behouden, dan moeten we onze industriële troeven gerichter en ambitieuzer inzetten.
Sinds de energiecrisis liggen de energieprijzen twee tot drie keer hoger dan in andere werelddelen. Douanetarieven zorgen voor onzekerheid en drukken op de export, goedkope import vindt zijn weg naar ons continent, en het regelgevend kader voor Europese ondernemingen wordt steeds strakker. Bedrijven in Europa dragen bovendien extra lasten die elders nauwelijks bestaan. De regeldruk kost intussen meer dan 10% van de toegevoegde waarde. Dat weegt zwaar op investeringen, zeker in een kapitaalintensieve sector als de chemie.
Defaitisme is geen optie. Wat is wel nodig? Een ambitieus én concreet industriebeleid dat vertrekt van onze sterktes: geïntegreerde industrieclusters op een strategische locatie, uitgebouwde logistieke netwerken, schaalvoordelen en een uitzonderlijke kennisbasis. Die troeven moeten we inzetten. Chemie ligt aan de basis van zowat alles wat ons leven mogelijk maakt. De sector is een hoeksteen van onze Belgische economie, goed voor 100.000 directe en indirecte jobs, een substantiële bijdrage aan de sociale zekerheid, en een structureel positief handelssaldo. Dat zijn geen abstracte data, maar het resultaat van decennialange investeringen, opgebouwde expertise en sterke industriële ecosystemen.
Maar meer dan dat: de chemie-industrie vormt de ruggengraat van verschillende essentiële waardeketens die van strategisch belang zijn voor Europa. Zonder een sterke chemische basis komen cruciale sectoren zoals farma, voeding, energie en defensie onder druk te staan. In een wereld waar grondstoffen, energie en technologie steeds meer geopolitiek gestuurd worden, is een sterke chemiesector onmisbaar om onze autonomie te behouden. Zonder eigen productiecapaciteit dreigen we voor essentiële producten, processen en technologieën afhankelijk te worden van de welwillendheid van andere regio’s.
Sinds 1995 heeft de Belgische chemie-industrie haar CO₂-uitstoot gehalveerd en de energie-efficiëntie met meer dan 75% verbeterd. Kijk naar wat er beweegt in de Antwerpse haven: Plastics2Chemicals van Indaver zet moeilijk te recycleren kunststoffen om in nieuwe grondstoffen. Het Ecluse-netwerk toont hoe bedrijven energie delen om efficiënter te werken. Het NextGen District groeit uit tot een internationale aantrekkingspool voor circulaire en biogebaseerde activiteiten. Zulke projecten komen hier tot ontwikkeling dankzij een sterk industrieel weefsel met interconnecties tussen de verschillende partners in de waardeketen.
Willen we dit soort innovatieve projecten blijven aantrekken en uitbouwen, dan is toegang tot betaalbare, duurzame energie en infrastructuur cruciaal. Maar ook een kader dat ruimte creëert om te ondernemen en innoveren, en gerichte bescherming tegen dumping. Zonder die randvoorwaarden geen verduurzaming, geen nieuwe investeringen. Maar bedrijven hebben ook snelheid en voorspelbaarheid nodig in vergunningen. Investeringen vragen duidelijke trajecten en rechtszekerheid. Wanneer procedures aanslepen of beslissingen onzeker blijven, wordt uitstel onvermijdelijk.
Het is nu dat beslissingen worden genomen. Het is nu dat het investeringsritme voor het volgende decennium wordt vastgelegd. Met de juiste randvoorwaarden kan de chemie blijven doen waar ze sterk in is: innoveren, produceren, verduurzamen en meerwaarde creëren. Niet alles zal tegelijk kunnen, niet elke technologie zal slagen. Maar als we inzetten op een ambitieus industriebeleid, blijft de chemie-industrie ook morgen een pijler van onze welvaart. Dat is de inzet. Dat is de keuze die we vandaag moeten maken.
Yves Verschueren
Gedelegeerd bestuurder essenscia