Rondetafelgesprek met positieve echo’s uit de chemie: “Er is meer dan kommer en kwel in onze sector” - Industrial Automation
Platform over productie- en procesautomatisering
Rondetafelgesprek met positieve echo’s uit de chemie: “Er is meer dan kommer en kwel in onze sector”

Rondetafelgesprek met positieve echo’s uit de chemie: “Er is meer dan kommer en kwel in onze sector”

De sector van chemie en life sciences was de afgelopen maanden niet uit het nieuws weg te branden. Helaas betrof het dan meestal berichten over activiteiten die onder druk staan, herstructureringen en investeringen die on hold werden gezet. Toch blijven zowel de chemie, de biotech als de farma sectoren met een groot potentieel voor de toekomst. Wij verzamelden een panel van vier experts rond de tafel om eens de positieve klok te laten horen: Hans Vloeberghs (Fujifilm Electronic Materials), Sophie Roelants (AmphiStar), Barbara Veranneman (BlueChem) en Nele Van Roey (Molymet Belgium).

Molymet Belgium is een bedrijf uit de Gentse kanaalzone, dat al meer dan 100 jaar bestaat en 150 medewerkers telt. Het heeft zich gespecialiseerd in molybdeenverbindingen, een grondstof voor o.a. roestvrij staal en toepassingen in de groene energiesector. “2025 is een goed jaar geweest en ook 2026 lijkt tot nu toe beloftevol”, vertelt CEO Nele Van Roey. “We zijn Europees marktleider in onze niche en leveren aan klanten in het hele continent. Er is duidelijk een trend naar hoogwaardigere staalsoorten en onze producten spelen daarop in.”

Multinationals investeren tientallen miljoenen

Sinds 2003 maakt de onderneming deel uit van de Chileense groep Molymet. “Sindsdien is er voor meer dan 200 miljoen euro in onze vestiging geïnvesteerd. Ik denk aan onze roostoven, die nu de grootste ter wereld is, aan het optimaliseren van onze zwavelzuurinstallatie en aan een eigen windturbine en zonnepanelen”, aldus Van Roey. “Alle investeringen worden vanuit de groep gedragen en er is een duidelijk geloof in de kracht van onze fabriek. Op dit moment bekijken we trouwens een nieuwe uitbreiding om zelf de aangevoerde grondstoffen verder te kunnen zuiveren.”

Hans Vloeberghs is president en managing director bij Fujifilm Electronic Materials, dat zijn Europees hoofdkwartier heeft in Zwijndrecht: “We zijn hier sinds 1992 actief met met fijnchemicaliën en polymeren voor het vervaardigen van halfgeleiderchips. Vooral sinds de covidperiode voelen we een sterke groei in de micro-elektronica. Ook Europa zit nu mee op de trein. In Zwijndrecht tellen we vandaag 250 collega’s, maar na overnames in Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië is onze Europese afdeling nu goed voor 450 medewerkers.”

Fujifilm Electronic Materials is een hoog­gespecialiseerd chemiebedrijf, waar innovatieve formulaties worden ontwikkeld voor het vervaardigen van huidige en volgende generaties chips. “Onze chemicaliën verhogen de performantie en kwaliteit van chips. Ze worden vaak op maat van een specifieke toepassing ontwikkeld. We beschikken daarom over een eigen R&D-afdeling voor één productlijn, die binnen Fujifilm wereldwijd als competentiecentrum voor innovatie wordt gezien”, geeft Vloeberghs aan. “Sinds 2020 is er zo’n100 miljoen euro geïnvesteerd, onder meer in een uitbreiding van het laboratorium, bijkomende productielijnen en een nieuw magazijn, dat al deels tot productieruimte is omgevormd.”

Succesvol ecosysteem van starters

Naast de sterke aanwezigheid van multi­nationals beschikt de chemie in Vlaanderen ook over een uitgebreid ecosysteem van startups en scale-ups. Onder meer in de incubator BlueChem in Antwerpen vinden zij een aangepaste huisvesting. Voorzitter Barbara Veranneman: “BlueChem is opgestart in 2020. Reeds 21 start-ups vonden er hun thuis. Ze kunnen er terecht in plug-and-playlaboratoria en kunnen rekenen op een netwerk van partners voor strategische ondersteuning, IP- of veiligheidsadvies of contacten met de industrie. Niet elke startup slaagt erin zijn idee commercieel waar te maken, maar we hebben toch al een aantal sterke groeiers gekend. Drie bedrijven hebben plannen om een eigen vestiging uit te bouwen. Eén daarvan is D-CRBN, dat CO2 omzet in nieuwe grondstoffen voor de chemie.”

Als incubator legt BlueChem zich toe op duurzame chemie, en dat segment trekt aan. Omdat de bezetting de voorbije jaren doorgaans hoog was, hebben de initiatiefnemers – sectorfederatie essenscia, POM Antwerpen, de Stad Antwerpen en VITO – beslist om een tweede incubatorgebouw op te trekken op het NextGen-bedrijventerrein in de Antwerpse haven. “We verdubbelen onze labcapaciteit daarmee naar 1800 m2. Als alles vlot loopt, zal de nieuwe incubator in mei 2027 openen.”

Sophie Roelants is COO en medeoprichter van AmphiStar, een biotechbedrijf dat uit bioge­baseerde afval- en reststromen biosurfactanten maakt, biologische grondstoffen voor shampoos, zepen en schoonmaakproducten. “Dit is het resultaat van onderzoek naar een fermentatietechnologie aan de UGent, dat we in de Bio Base Europe Pilot Plant hebben kunnen opschalen. Aanvankelijk wilden we onze technologie in licentie geven aan B2B-bedrijven in de surfactantenmarkt. Maar toen bleek dat zij eerder een producent zochten van biogebaseerde grondstoffen, hebben we ons businessmodel omgegooid en zijn we zelf beginnen te produceren”, legt ze uit.

Ecover was een van de eerste afnemers. In de VS lopen inmiddels enkele grote projecten met de schoonmaakindustrie en ook grote personal-caremerken tonen interesse. “Momenteel produceren we nog bij derden, maar we hebben de ambitie om de komende jaren ergens in Europa een eerste eigen fabriek te bouwen. We moeten schalen om de prijs van onze producten te laten dalen”, geeft Roelants mee. Omschakelen van kennis- naar productiebedrijf betekent dat AmphiStar veel meer kapitaal nodig heeft. Sinds 2024 heeft het via funding en subsidiëring een kleine 15 miljoen euro opgehaald. Later dit jaar plant het bedrijf een nieuwe grote kapitaalronde.

Rondetafelgesprek met positieve echo’s uit de chemie: “Er is meer dan kommer en kwel in onze sector” 3
Sophie Roelants (AmphiStar): “We hopen dat er meer incentives rond duurzaam­heid komen bij aanbestedingen. Dat zou een gamechanger kunnen worden.”
Rondetafelgesprek met positieve echo’s uit de chemie: “Er is meer dan kommer en kwel in onze sector” 4
Barbara Veranneman: “Investeerders zijn momenteel minder geneigd om risico’s te nemen en scale-ups van funding te voorzien. Hopelijk keert het tij snel.”

Impact van geopolitiek

Daar knijpt het schoentje wel voor scale-ups, merkt Barbara Veranneman. “Beloftevolle bedrijven, zoals we ze leren kennen in BlueChem, hebben investeerders en afzetmarkten nodig. We merken dat de geopolitieke situatie enigszins een rem zet op hun innovatie: klanten aarzelen om in nieuwe toepassingen te investeren en investeerders zijn minder geneigd om risico’s te nemen en scale-ups van funding te voorzien. Hopelijk keert het tij snel.”

Geopolitiek is ook voor de multinationals aan tafel een factor van betekenis. Hans Vloeberghs: Het is duidelijk dat betrouwbare supplychains en lokale beschikbaarheid van producten vandaag veel meer aandacht krijgen. Dat Europa minder afhankelijk wil worden van niet-Europese halfgeleiders, is voor ons een positieve zaak. Zelf proberen we onze grondstoffen vooral lokaal in te kopen. Het betekent dat de ecologische voetafdruk van onze logistiek daalt en dat we minder afhankelijk zijn van verre leveranciers.”

Handelsoorlogen, de situatie in het Midden-Oosten en de energieprijzen zetten de situatie op scherp. Toch slaagt Molymet Belgium erin om zijn marktaandeel verder op te drijven. “Zoals elk bedrijf moeten we concurrentieel blijven qua prijs. Onze expertise, onze proceskennis en onze hoge productiviteit zijn op dat vlak absolute troeven”, benadrukt Nele Van Roey.

“De prijs van molybdeen is erg volatiel. Voor een Europese klant is het dus een voordeel dat wij dichtbij produceren en snel kunnen schakelen. We zien echt wel een trend om meer lokaal te kopen in plaats van in Azië bijvoorbeeld.”

Wat het beleid kan doen

Soevereiniteit, lokale bevoorrading en verduurzaming … al die tendensen bevestigen het potentieel van de sector in Vlaanderen. “Dat is ook Europa niet ontgaan”, merkt Barbara Veranneman op. “De Stad Antwerpen werd eind vorig jaar met haar ecosysteem voor duurzame chemie twee keer bekroond tijdens de prestigieuze European Enterprise Promotion Awards in Kopenhagen. Een mooie duw in de rug is dat. Maar nu moet het beleid ook volgen om die innovaties verder te ondersteunen: chemische recyclage mogelijk maken, een infrastructuur uitbouwen voor CCS (Carbon Capture and Storage, opvang en opslag van CO2) en voorzien in voldoende betaalbare elektriciteit. Zo krijgen alle bedrijven nog meer hefbomen.”

Hans Vloeberghs en Nele Van Roey wijzen op het belang om verder in onderwijs en talent te investeren: “De nood aan STEM-profielen blijft hoog. Zij zullen onze productieprocessen verder helpen te optimaliseren en zullen de nieuwe producten bedenken die onze toekomstige groei moeten verzekeren. Daarnaast ligt er voor Vlaanderen vooral nog werk inzake het vergunningenbeleid: uitbreiden blijft nog te vaak een processie van Echternach.”

Voor AmphiStar ziet Sophie Roelants een dubbele uitdaging voor de beleidsmakers: “Europese regelgeving is één zaak, maar ze wordt in de lidstaten nog heel vaak lokaal geïnter­preteerd, wat een issue is als je als scale-up wil schalen. Hopelijk kan daar een mouw aan worden gepast. En bovendien hopen we dat er meer incentives rond duurzaamheid komen bij aanbestedingen, zoals een verplichting rond een percentage biogebaseerde grondstoffen of upcycled content. Ook dat kan een gamechanger worden.”

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten